Fietspaden, fietsstraten, fietssuggestiestroken: wat zijn het en welke regels gelden er? Wij leggen het je uit.
Fietspad
Een fietspad is een onderdeel van de openbare weg waarop fietsers en bromfietsers klasse A moeten rijden. Een fietspad wordt aangeduid door een blauw gebodsbord of door middel van twee evenwijdige onderbroken strepen waartussen geen autoverkeer mogelijk is.
Een fietser is verplicht om op het fietspad te rijden. Binnen de bebouwde kom mag je als fietser trouwens niet op het voetpad rijden. Kinderen jonger dan 10 jaar mogen dat wel.
Fietsstraat
Een fietsstraat is een straat waar de fietsers de belangrijkste weggebruikers zijn, maar waar ook
motorvoertuigen zijn toegelaten.
In een fietsstraat mogen voertuigen (dus ook brommers) fietsers niet inhalen. De maximale snelheid is er 30 km/uur. Een fietsstraat stopt bij het eerstvolgende kruispunt of waar het bord ‘einde fietsstraat’ staat. Fietsers mogen de volledige rechterhelft van de rijbaan gebruiken.
Fietssuggestiestrook
Eigenlijk zegt het woord alles. De strook maakt vooral duidelijk waar fietsers het best kunnen rijden. Zo worden automobilisten attent gemaakt op de mogelijke aanwezigheid van fietsers. Bovendien wordt de rijbaan visueel smaller gemaakt zodat chauffeurs hun snelheid aanpassen.
Fietsers hebben geen specifieke rechten op een fietssuggestiestrook. Met een auto mag je dus rijden, stilstaan of parkeren op zo’n strook.
Naast elkaar fietsen of niet?
Binnen de bebouwde kom mogen fietsers maximum met twee naast elkaar rijden. Ze zijn verplicht om achter elkaar te rijden wanneer tegemoetkomend verkeer hen niet kan kruisen.
Buiten de bebouwde kom moeten ze zelfs achter elkaar rijden bij het naderen van een voertuig dat achter hen rijdt.