naar inhoud

Inleiding

Het is vrij bekend dat er in de Nolse Duinen en in de Matjens (NL) vuurstenen werktuigen zijn gevonden.
Op de archeologische site Hoge Moer (Matjens), vlak bij Nieuwmoer, zijn maar liefst 1.500 vuurstenen gevonden, waarvan zo'n 100 werktuigen. 
Hiervan is gekend dat het om sporen van (tijdelijke) bewoning gaat uit het Paleolithicum (18000 - 8800 vC) en Mesolithicum (8800 - 4900 vC).

De bewoningsplaats waar de vuurstenen zijn gevonden, is hoger gelegen dan het omringende gebied waar waarschijnlijk een ven aanwezig was. (Later is hier het veengebied de Maatjes/Matjens ontstaan.) Vermoedelijk hebben de voedselverzamelaars/jagers zich hier een tijdje opgehouden of zijn ze tijdens het rondtrekken hier zelfs regelmatig teruggekomen.

Net voorbij de Kleine Horendonk, nabij de Buissche Heide, zijn eveneens sporen van bewoning (vuursteen vindplaats) aangetroffen uit het Mesolithicum. Ook de archeologische sporen bij de Nol dateren uit het Mesolithicum.

Op Essens grondgebied zijn er vier locaties waar er vondsten uit de Prehistorie gevonden zijn.

Op basis van vier vindplaatsen is het niet eenvoudig om conclusies te trekken. Één ding is duidelijk: dat er ongeveer 8500 jaar geleden hier in Essen al mensen rondgetrokken hebben en her en der halt hebben gehouden om hun kamp op te slaan en om onder andere vuursteen te bewerken, om bv. een pijlpunt te maken. Een paar van die vuurstenen zijn teruggevonden.

Als we een parallel met de Nol en de Matjes trekken, waar de sites van (tijdelijke) bewoning een combinatie zijn van een hoger gelegen plek in combinatie met een lager (water) gelegen deel, zouden verschillende locaties rond 'oude' en verdwenen vennen wel eens kansrijk kunnen zijn. 

Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de noordzijde van de Nol ter hoogte van de Huijbergse baan, de Wildertse Duintjes nabij het voormalige Bergenven of de Horendonkse bossen nabij het Scham.